Laatst kreeg ik voor de tweede keer mijn woning te koop aangeboden door de woningbouwvereniging, al had ik na de eerste keer bericht gekregen dat mijn huis voortaan een huurhuis zou blijven. Maar tijden veranderen.
Had ik het maar gedaan, die eerste keer, dan was ik nu spekkoper geweest. Toen moest mijn huis zo'n twee ton opbrengen. Een lachertje bij de prijzen van nu.
Wat ze nu voor mijn huis willen hebben, werd niet bekend gemaakt. Daarvoor moest ik eerst het traject in gaan. En over de vraagprijs kon niet onderhandeld worden. Met mijn hoofd even op hol, heb ik nog gekeken naar mijn hypotheekmogelijkheden. Maar de gedachte mijn huis te kunnen kopen, heb ik daarna snel moeten laten varen.
ARIE
Het woningtekort is van alle tijden. Zelf heb ik begin tachtiger jaren op een zeer nette manier, namelijk met toestemming van de huisbaas, een woning gekraakt. Ik betaalde gewoon huur, maar officieel mocht ik er niet wonen van het GDH (Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting).
Bij het GDH deed ik vakantiewerk na de eindexamenklas in de zomer van 1980. In de van Reigersbergenstraat zaten ze, waar nu Dirk zit. Het waren roerige tijden waarin de dienst belaagd werd door demonstranten en de ME voor de deur gestationeerd was.
Ik werkte op een gezellige afdeling, waar slingers voor me waren opgehangen en taart was gekocht, toen ze wisten dat ik geslaagd was voor mijn examen en ik verlaat op mijn werk aankwam.
Een van de dingen die ik daar deed was, op zo'n ouderwetse computer, een enorm bakbeest, een toets indrukken om mensen te gedogen in een woning.
Gedogen was een woord dat toen nieuw voor mij was en ik hoopte mijn eigen woning voorbij te zien komen om mezelf zo aan een woonvergunning te kunnen helpen. Dat gebeurde niet. En het klinkt wel erg onwaarschijnlijk, deze verantwoordelijke taak als vakantiebaan. Toch staat het zo in mijn geheugen gegrift.

Uit mijn kinderjaren herinner ik mij dat we een student op zolder hadden. Ook toen hadden studenten grote problemen om een woonplek te vinden. Mijn ouders haalden hun hand over hun hart. Een klein kamertje was het, dat later mijn kamer zou worden en weer later dat van mijn broer.
Ik heb geen idee hoe Arie, zo heette hij, daar leefde. Hij had wel de sleutel van ons huis, maar maakte bijvoorbeeld geen gebruik van de keuken of van onze douche. Onze sleutel had hij alleen om naar de WC te gaan, om te poepen dan wel te verstaan. Om die reden noemde mijn vader hem met een lach Arie P. Plassen deed Arie boven op zolder in de wasbak.

Ook dát waren nog eens tijden!



Wil je reageren? Dat kan. Je kunt Dasya bereiken op dasya@stadsdorpwesterpark.nl

Alle blogs zijn hier terug te lezen.